De ‘zingende’ zaag…
De meeste natuurwerkers gebruiken handgereedschap zoals de beugelzaag voor het bosonderhoud. Een enkeling heeft papieren voor de motorzaag of bosmaaier. Persoonlijk geniet ik liever van de stilte van het bos dan van het geraas van tweetakt gereedschap, reng-deng-deng. Elektrisch gereedschap wordt een steeds beter alternatief.
Nieuwe natuurwerkers beantwoorden vaak positief de vraag of ze ervaring hebben met de beugelzaag. “Ja, daar heb ik wel eens mee gewerkt…”. OK, zullen we het dan toch maar even uitleggen en voordoen?
Het juiste zaagblad
Als je in de lengterichting langs het blad kijkt, valt op dat de tanden om en om licht uit elkaar staan haaks op het blad. Dit heet “vertanding” en zorgt ervoor dat de zaagsnede iets breder is dan het blad zelf. Daardoor loopt de zaag niet vast en wordt het zaagsel uit de snede geruimd. Bij onoordeelkundig gebruik druk je de vertanding plat, waardoor het zaagsel blijft hangen.

Let bij de aanschaf op de twee soorten zaagbladen:
- Droog hout: regelmatige driehoekige tanden, allemaal even groot. Voor gedroogd haardhout of hekpalen. Vaak staat er een vierkant blok hout op de verpakking.
- Nat (vers) hout: afwisselend korte en langere tanden in een herhalend patroon. Dit heet een ‘Amerikaanse vertanding’. Vaak staat er een berken stammetje op de verpakking.
Droog hout zagen met een nathoutzaagblad gaat nog redelijk, maar andersom werkt voor geen meter (op kleine naaldbomen na).
De beugel zelf is minder belangrijk. Een kwalitatief goed zaagblad in een hobbyzaagje van het tuincentrum geeft een beter resultaat dan een goedkoop blad in een dure beugel. Goedkoop uit zijn met het verkeerde onderdeel is duurkoop.
Wat mij betreft zijn de beste zaagbladen van Bahco. De rest doet buiten mededinging mee of valt bij het eerste gebruik door de mand. Bahco-bladen zijn wat duurder, maar gaan tien keer langer mee bij oordeelkundig gebruik. Helaas heeft niet elke bouwmarkt dit merk in voorraad, ik koop ze meestal bij Hornbach.
De kerntruc: trekken, niet duwen
Als je de beugelzaag solo gebruikt, zet je alleen kracht bij het trekken naar je toe. De meeste mensen duwen gevoelsmatig ook, zoals bij een timmermanszaag. Maar het dunne zaagblad vervormt wanneer je duwt.

Test dit zelf maar: duw het uiteinde van de zaag licht tegen een boom. Het zaagblad komt bol te staan. Bij trekken is er vrijwel geen vervorming omdat het blad strak getrokken wordt. Stel je voor dat je het onder druk bolstaande zaagblad steeds door een boom moet sjorren waardoor de zaagsnede niet vlak is. Daarom gaat zagen met de beugelzaag soms zo zwaar. Het is een kwestie van techniek.
De “kunst” van het werken met de beugelzaag is om zo weinig mogelijk kracht te gebruiken. Je oefent bijna geen kracht uit haaks op het zaagblad, zodat de tanden niet in het hout gedrukt worden. Meer dan 95% van de kracht zit in het soepel langs de zaagsnede laten lopen van de tanden.
Beginners maken vaak de fout om de tanden flink in het hout te zetten en dan met veel kracht beide kanten op te sjorren, vaak te langzaam. Door het vervormen van het zaagblad krijg je geen rechte zaagsnede. Voordat je halverwege bent, moet de zaag met steeds meer kracht door de golvende snede getrokken worden. De vertanding wordt ook platgedrukt. “Wat een botte takkezaag!!!” hoor je dan. Tja, een vakman geeft zijn gereedschap niet de schuld. Die zoekt de oorzaak bij zichzelf.
De juiste techniek is om de zaag met een snelle beweging naar je toe te trekken. De scherpe punten snijden licht langs het hout en je slijpt als het ware steeds houtvezels weg. Rustig weer van je af duwen zonder veel kracht. Bij die duwslag ruim je hoofdzakelijk zaagsel uit de snede. Wanneer je dat met een redelijke snelheid doet, “zingt” de zaag door het hout. Je krijgt een rechte zaagsnede waar het zaagblad van begin tot einde soepel doorheen loopt.
De zaag loopt licht wanneer de tanden met een redelijke snelheid langs het hout ‘aaien’ en niet zwaar over het hout raspen. Als je de techniek goed beheerst is er vrij weinig verschil te merken tussen de trek- en duwslagen, beide zijn licht en soepel. Het kost meer energie door de dynamische beweging dan kracht. Het gezegde is: “Laat de zaag het werk doen…” en forceer je gereedschap niet.
Af en toe zit er iemand tussen die oplet en bereid is de adviezen in de praktijk te brengen. Zo iemand merkt dan op: “Als het moeite kost, doe je het verkeerd…“. Zulke mensen koester je!
Goed vasthouden

Veel natuurwerkers houden de zaag met twee handen vast aan de korte kant van de beugel. Dan zwabbert de beugel meestal alle kanten op ten opzichte van de zaagsnede, waardoor een rechte zaagsnede een toevalstreffer is.
De juiste techniek: pak met één hand de korte zijde vast bij het handvat. Daarmee beweeg je de zaag heen en weer. Met de andere hand hou je de beugel vast in het midden van de lange zijde zonder de beugel naar het blad toe te duwen (zie de 5% op de tekening hierboven). De ondersteuning van de beugel is om het vlak van beugel en zaagblad parallel aan de zaagsnede te houden, ongeacht of je horizontaal (een staande boom) of verticaal (een liggende stam of tak) zaagt.

Als je het vlak van beugel en zaagblad te ver laat afwijken van de zaagsnede (in de tekening optilt of te veel laat zakken), wordt de zaagsnede niet vlak. De zaag gaat dan steeds zwaarder lopen door de hobbels in de zaagsnede. Bij een stabiele positie blijft de zaagsnede vlak en loopt de zaag zonder weerstand door het hout.
Rechtshandigen zagen meestal het prettigst met hun linkerhand op de lange zijde en de rechterhand op de korte zijde. Je positie is dan iets rechts van de boom, niet recht ervoor. Linkshandigen werken andersom. De oorzaak is wellicht een beter gevoel en controle met de hand waarvan de fijne motoriek het best ontwikkeld is.
Rustig beginnen, goed staan of knielen
Door de zaag in het begin licht langs het hout te halen, is de eerste aanzet mooi vlak. Daarmee leg je de basis voor een goed eindresultaat. Wanneer het zaagblad eenmaal in het hout zit, kan je meer snelheid maken.
Bij het onderaan doorzagen van een boom gaan sommige mensen gehurkt zitten, maar dat is meer een standje voor poepen dan voor zagen. Op je hurken zit je niet stabiel als je ondertussen de zaag heen en weer beweegt.
Een techniek die je ook vaak ziet, is één hand op de boom. Daarmee zit je wat stabieler, maar met één hand heb je geen controle over de zaag. De zaag gaat zwabberen en uiteindelijk geeft men met een rood hoofd de zaag de schuld. Mijn opmerking aan zagers die de boom vasthouden: “Die boom gaat nergens heen terwijl jij aan het zagen bent, hoor!”. Alleen op de laatste centimeters heeft het zin om een kleinere boom te helpen vallen.
Een betere werkhouding is om één knie op de grond te zetten en twee handen aan de zaag te houden. Als de bodem nat is, kan je een handschoen o.i.d. onder je knie leggen. Voor grotere bomen is het nog beter om op twee knieën te gaan. Kennelijk is het voor veel mensen moeilijk om te knielen voor een boom. Uit respect voor het hout kniel ik graag om het gevecht eerlijk te winnen.
Spanning in het hout

Hou rekening met de spanning in het hout. Zaagt altijd aan de kant waar trekspanning is.
- Een tak die maar aan één kant vastzit heeft trekspanning aan de bovenzijde. Zaag aan de bovenkant en de tak zal op het laatst vanzelf breken.

- Als de tak aan twee kanten vastzit (het uiteinde leunt ergens tegenaan), is er duwspanning aan de bovenzijde. De zaag zal dan vastklemmen als je van bovenaf zaagt. Zaag in dit geval van onderaf.
Bij ingeklemde takken of een afgebroken boomkruin is de spanning soms lastig te lezen en kan aan de zijkant of zelfs meerdere kanten zitten. Kijk dan eerst goed waar de takken steunen of hangen voordat je de zaag aanzet. Begint de zaag te klemmen, dan zit je aan de verkeerde kant. Kijk naar of test de spanning en zaag één keer.
Grote bomen
Hoe groot zijn de bomen die je met een beugelzaag kan omhalen? Hou je zaag naast de boom: de afstand tussen blad en beugel, verdubbeld, min vijf centimeter is een goede inschatting.
Ik heb zelf eens een vogelkers van 17 meter hoogte omgelegd met een 30″ beugelzaag. De doorsnede was ongeveer 25 cm. Het gevaar was dat de boom rond de 10 graden overhelde. Eerst maakte ik een valkerf aan de voorkant, de boom helde die kant op. Daarna zaagde ik van de achterkant in. Met rustig maar gestaag zagen duurde het 3-4 minuten voordat de boom het loodje legde.
Ik had een groep natuurwerkers bij me, maar hield die op afstand. Na een paar minuten waarschuwde ik iemand die iets te dicht achter me was komen staan. Een hellende boom kan namelijk splijten. Een minuut later gebeurde dat prompt. Met een flinke knal scheurde een paar meter van de stam net boven de zaagsnede los en sloeg naar achteren. Dit is de beruchte ‘barber chair’. Geen probleem, want ik stond met de zaag naast de boom in plaats van direct erachter en ik was erop bedacht.
Tja, “omzagen” is ook weer zo’n beladen term. In feite helpen we een boom alleen met omvallen. Zie daarvoor het artikel: Een boom te ver.
Veiligheid voor ledematen
Bij het verticaal doorzagen van een tak nooit één hand naast het zaagblad plaatsen zoals bij een timmermanszaag. Dit is absoluut af te raden! De zaag kan uit de snede springen met diepe snijwonden en kans op doorgesneden pezen tot gevolg.
Een collega natuurwerker onderstreepte dit. Hij hield eens een tak vast vlak bij de zaag terwijl iemand anders doorzaagde. De zaag sprong eruit en maakte een behoorlijke jaap in zijn hand. Hij mag van geluk spreken dat hij al zijn vingers nog heeft!
Hou twee handen aan de zaag en laat niemand toe in de buurt van de snede.
Als je de zaag niet gebruikt, zet hem met het zaagblad op de grond tegen een boom of onder een struik. Leg de zaag nooit plat op de grond (struikelgevaar) en hang hem niet in een boom.
Onderhoud
Een beugelzaag heeft normaal geen onderhoud nodig. Wil je roestvorming voorkomen bij langere opslag, smeer het blad dan in met wat olie. Na het zagen van nat hout helpt het om het blad schoon te vegen met een lap, vanaf de achterkant, pas op je vingers.
Het blad is scherp maar kwetsbaar. Let vooral op het wegdraaien van takken en stammen als je bijna door bent. Daardoor kan het dunne blad een knauw krijgen. Er komt dan een slag in het blad, soms nauwelijks zichtbaar, maar je voelt direct dat de zaag niet meer soepel loopt. Neem op tijd de zaag uit de snede en duw de stam om vlak voordat je er door bent. Ervaren zagers zie je zelden een boom helemaal doorzagen, ze gebruiken de laatste cm/mm hout als scharnierpunt voor een gecontroleerde val.
Slijpen doe je niet, maar de vertanding loopt op den duur terug waardoor de zaagsnede smaller wordt. De zaag loopt dan niet lekker meer omdat het zaagsel niet goed uit de snede ruimt.
Je kan dit corrigeren door de achterkant van een snoeizaag telkens tussen twee tanden te zetten (bijna parallel met het beugelzaagblad). Daarna voorzichtig draaien naar de kant waarnaar de tanden al naar toe staan om de vertanding zo iets te herstellen, een millimeter of zo is al voldoende. Sla bij nathoutbladen de lange tanden (de ‘ragers’) over, drooghoutbladen hebben meestal geen of weinig vertanding en geen ragers. Je kan dit een beperkt aantal keren doen voordat metaalmoeheid het zinloos maakt. Experimenteer ermee en spaar wat kosten.
Zaag voorzichtig!
Ik hoor het graag als je aanvullende of afwijkende adviezen hebt.