Spring naar toolbar

Amerikaanse vogelkers (Prunus Serotinus)

Amerikaanse Vogelkers

De Amerikaanse vogelkers (Prunus Serotina) is al eeuwen in Europa aanwezig als een decoratieve tuinplant. Aan het begin van de vorige eeuw werd hij echter door toepassing als bodemverbeteraar in naaldbossen enorm verspreid. De soort ontpopte zich als een ‘invasieve exoot’. Het gevolg was een verarming van het aantal soorten (flora en fauna) door de overheersende aanwezigheid van de Prunus. Pogingen om hem onder controle te krijgen mislukten door een verkeerde methodiek (gif en eenmalige behandeling) en beperkte budgettering.

Machinale bestrijding bleek slechts tijdelijk resultaat te geven en zeer verstorend te zijn. Het middel was erger dan de kwaal. De overheid en beheerders hebben de bestrijding grotendeels opgegeven omdat de kosten te hoog oplopen. Zie o.a. Vogelkers.nl, met als titel ‘Van Bestrijding naar Beheer’. Men accepteert de soort als ‘bosboom’ maar uiteraard is dit een kwestie van semantiek. De soort is nog steeds even verstorend in kwetsbare biotopen.

Het is echter mogelijk om met de inzet van vrijwilligers en een systematische aanpak de Amerikaanse vogelkers succesvol te bestrijden. Dat kan bereikt worden zonder grootschalige verstoring. Zelfs ernstig verwaarloosde gebieden kunnen zo stap-voor-stap opgeschoond en onder controle gebracht worden.

Hoe kan je de Amerikaanse Prunus Serotina en de inheemse Prunus Pardus onderscheiden?

  • Serotina: Het blad is glanzend en leerachtig.
  • Pardus: Het blad is doffer en zachter, de nerven zijn dikker wat met name aan de onderkant te zien is. De nerven lopen parallel aan de bladrand. Lichte beharing aan de bovenzijde en onderzijde (nerf oksels), honingklieren aan de bladsteel.

Protocol bestrijding Amerikaanse vogelkers

Er zijn een aantal bestrijdingsmethoden maar de onderstaande aanpak van ‘Ringen en Rooien’ heeft zich als effectief bewezen.

Het protocol bestaat uit twee stappen.

  • Eerst de verspreiding van zaad door volwassen exemplaren stoppen (zaaddragers doden).
  • Daarna de voorraad kersen in de bodem (de zaadbank) uitputten door zaailingen stelselmatig te verwijderen.

In 2-3 jaar zijn percelen zo te saneren. Daarna is nog slechts een controle om het jaar nodig waarbij de inzet meestal in de orde ligt van 1 mens-uur per hectare per jaar. Uiteraard zijn er verschillen afhankelijk van de aard en de ernst van de besmetting en het terrein, maar het werkt zelfs bij gebieden die tientallen jaren verwaarloosd zijn.

Dit is een handmatige benadering met een spade en een snoeizaag als het meest effective gereedschap. Hierdoor is het voor vaste medewerkers of ingehuurde aannemers nauwelijks haalbaar gezien de fysieke inspanning. Maar deze aanpak is nu net vrijwilligers op het lijf geschreven, elke week in een paar uur het bos verder opschonen. Lekker werken in de natuur en resultaten boeken in het gezonder maken van de besmette gebieden.

Protocol bestrijding in detail

  1. Inventarisatie: het opdelen van het gebied in percelen en het vastleggen van de aard en ernst van de besmetting. Welke andere soorten staan er en welke ruimte dienen die terug te krijgen?
  2. Het ringen van de zaaddragers en het uitspitten van zaailingen en kleinere struiken.
  3. Het afslaan van de uitlopers onder de ring. Afhankelijk van de leeftijd van de struiken en bomen 2 tot 3 maal. Dit vergt steeds minder werk.
  4. Jaarlijks of om het jaar (afhankelijk van de lokale omstandigheden) de zaailingen verwijderen om zodanig de zaadbank uit te putten. Dit kost 2-3 jaar maar is bij elke controle steeds minder werk. Sommige kersen kunnen onder gunstige omstandigheden nog een aantal jaren later ontkiemen.
  5. Vogels kunnen kersen uit aangrenzende gebieden deponeren. Met een grondige controle om het jaar is dit goed bij te houden. Het feit ‘dat de buren niets doen’ is geen reden om zelf bij de pakken neer te zitten. De controle vergt uiteindelijk ‘gemiddeld’ 1 uur per hectare per jaar.

Deze aanpak is o.a. gedocumenteerd in de volgende documenten (pdf, download):

Artikelen / Referenties